(Publicatiedatum: 30 november 2025)
Aan het eind van een drukke, vermoeiende week, gaf ik een presentatie over neuro-inclusief onderwijs voor het Taaloffensief Groot-Amsterdam.
Hoewel ik bij binnenkomst overweldigd was door de drukke, prikkelrijke locatie, met muziek, etensgeuren en zoveel te zien, gebeurde er iets onverwachts.
Na deze intensieve middag ging ik gevoed en verrassend energiek weer naar huis.
Het programma bleek namelijk diepgang te hebben en er was ruimte voor de mens en de persoonlijke ervaring.
En dat zijn voor mij twee belangrijke voorwaarden waardoor ik, ook op intensieve dagen, kan opladen.
Betrokkenheid
Terwijl ik begon met de theorie van neuro-inclusiviteit, bleek al snel dat de aanwezige NT2-professionals de stap naar de persoonlijke praktijk al hadden gezet.
Ze waren niet bang om hun eigen kwetsbaarheid en hun alledaagse uitdagingen te delen.
De verbinding ontstond direct.
Al voor mijn opening gaf een deelneemster aan het zo fijn te vinden dat er eindelijk expliciet aandacht was voor dit onderwerp, dat er daarmee aandacht was voor haar neurodivergente brein én dat van haar kinderen.
Dit gaf aan dat dit onderwerp leeft en urgentie heeft.
Dit publiek was betrokken en wilde duidelijk méér weten dan ik in drie kwartier kon vertellen.
Ze gaven elkaar de ruimte om te delen en stelden bovendien scherpe, relevante vragen.
Gemini. (2025, 30 november). Geanimeerde afbeelding van betrokkenheid in de klas
“De zorgen van de minderheid kunnen zwakke punten in het systeem aan het licht brengen. Dit zijn geen randzaken, maar cruciale signalen.”
Uitdagende vragen
De aanwezige professionals toonden hun betrokkenheid en durf door de complexiteit van het onderwerp te benoemen.
Sommige vragen gingen zó diep, dat er geen direct antwoord op is.
Het zijn belangrijke onderwerpen die we moeten blijven onderzoeken door met elkaar in gesprek te gaan:
Hoe beïnvloeden neuro-divergentie, de interculturele component van onze groepen en trauma elkaar?
Hoe herken je dat anders denken, die andere werking van het brein?
Een andere, systemische vraag die de kern van inclusie in ons dagelijkse werk raakt, is: Hoe betrek je de minderheid en hoe voelt die minderheid zich gezien in dezelfde mate als de meerderheid?
De urgentie van die vraag werd pijnlijk zichtbaar na een poll.
In een presentatie van 45 minuten, óf je eigen lespraktijk, kun je niet altijd even uitgebreid ingaan op elk idee, elke behoefte. In een democratische setting wordt de minderheid dan al snel vergeten.
Maar juist de zorgen van de minderheid kunnen zwakke punten in het systeem aan het licht brengen.
Dit zijn geen randzaken, maar cruciale signalen.
Door die signalen te erkennen, voelt die minderheid zich in ieder geval gehoord.
Onze taak, als onderwijsprofessionals, is vervolgens om die behoeften goed te onderzoeken en te vertalen naar oplossingen waar iedereen in de klas van profiteert.
Intellectueel gevoed
Deze uitdagende vragen waren niet de enige diepgang.
De hele studiemiddag stond in het teken van gedeelde nieuwsgierigheid, van een leerhonger waardoor ik intellectueel gevoed werd.
De keynotelezing van Dr. Natascha Notten benadrukte bijvoorbeeld ook het belang van kijken buiten je eigen referentiekader en het inzetten van álle kwaliteiten van de leerder. Niet alleen de talenten die passen binnen jouw belevingswereld.
Haar sociologische blik bood een andere blik op inclusie, die extra benadrukte hoe divers onze doelgroep is, en hoe rijk en complex de beleving van de individuele leerder.
Kortom: een waardevolle middag die aantoont dat het mogelijk is om iedereen te betrekken en te voeden.
Laten we die twee voorwaarden, de ruimte voor de mens en de diepgang, niet alleen op studiedagen zoeken.
Maar laten we ze met net zoveel passie elke dag meenemen de klas in.
Dan is dat breinvoedsel elke dag, voor iedereen beschikbaar.
- Jedidja Witmer - Docent (A)NT2 & Digitale vaardigheden -
Laten we de diepgang en de ruimte voor de mens, elke dag, met passie mee de klas in nemen.